De eerste opdracht voor een coach is om mensen zichzelf als stuurman te laten beschouwen. Hij appelleert aan initiatief en creativiteit, en niet aan afhankelijkheid.
Laat de gecoachte zijn uitdagingen formuleren.
Eigenlijk wordt de energie gericht door de waarden en de duidelijke visie op de toekomst. Daarbij gaan we uit van wat we willen en niet op datgene wat we niet willen.
Op basis van dat uitdagend toekomstbeeld kijken we naar de realiteit, naar het nu en we accpeteren die zoals deze is.
In de opties geeft de coach de wegen aan om de kloof tussen toekomstbeeld en realiteit te overbruggen. De creativiteit wordt benut, de coach kan zijn gedachten inbrengen en de medewerker neemt deze mee in zijn besluitvorming.
De plannen waartoe besloten wordt door de medewerker gaat hij ten uitvoer brengen.
Gedurende het proces werkt de coach aan de vergroting van het bewustzijn van de medewerker als de motor van zijn leerproces.
Vragen in het coachproces:
a. Bij visie: Op welke competenties wil ik mij profileren?
b. Bij realiteit: Hoe goed is mijn 'fit' tussen mijn competenties en mijn doel?
c. Bij opties: Welke leermogelijkheden zijn er om bepaalde competenties te verbeteren? Welke leerstijl past het beste bij mij?
d. Bij acties: Welke acties wil ik ondernemen en kan ik de discipline opbrengen om te volharden?
maandag 8 juni 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten