maandag 26 oktober 2009

COACHEN IN DE WERKOMGEVING

In alle bescheidenheid, maar ik heb ongeveer 15 jaar directie-ervaring. Als directeur heb ik steeds de transfer gemaakt naar mijn ervaringen als turntrainer. Althans voor zover dat mogelijk was.

Om te beginnen heb ik bij het aannemen van nieuwe medewerkers steeds gezocht naar 'de beste in zijn/haar soort'. Een kandidaat die zijn leidinggevende kan prikkelen en uitdagen, inclusief mijzelf. Dat geeft een zekere competitie (op de betreffende afdeling), maar dat is te managen. Die competitie zorgt voor een autonome groei in kwaliteit en kwantiteit (in de afdeling), en uiteindelijk voor de gehele organsatie. Meedenkers en initiators heeft een zichzelf respecterende organisatie nu eenmaal nodig.

Voor een leidinggevende is dat niet altijd even gemakkelijk, want je wordt inderdaad permanent uitgedaagd. Maar daar ligt ook de crux voor het coachschap. Als je als leidinggevende kiest voor een kritisch type medewerker die ook ambities heeft, zul je hem/haar ook retour moeten uitdagen. Weliswaar steeds binnen de context van je ondernemingskoers, doch gespecificeerd op de 'man/vrouw'.

Regelmatig met elkaar spreken is daarbij een voorwaarde, maar vooral goed observeren wat er gebeurt is voor de coach (leidinggevende) doorslaggevend. De coaching begint met het observeren van het gedrag van de medewerker/ster, om vervolgens getimed de coachingprikkel toe te dienen. Timing is eveneens een kritische factor, want de prikkel die je wilt toedienen dient over te komen, begrepen te worden, en te stimuleren tot een verbeterpunt.

Wordt vervolgd..........

donderdag 15 oktober 2009

EIGEN ERVARING

Turntrainer
Ooit was ik een aantal jaren turntrainer van een ploeg meisjes en dames, op landelijk niveau (met nominatie voor bondscoach). Toestelturnen is een individuele sport waarbij hoog atletisch vermogen wordt gecombineerd met het managen van je angstgevoelens. Turnen betekent per definitie risico's nemen. Maar tot hoever, want 'the sky is the limit'....

Een turnster staat er tijdens de wedstrijd alleen voor. Zij moet het dan in haar eentje opnemen tegen de moeilijkheidsgraad van de oefeningen. Alles staat 'vast': de toestellen, de beschikbare tijd, de ruimte. Zij is het enige bewegende 'element' en dus de variabele.

Uitermate boeiend om een atlete op te leiden naar het voor haar hoogst haalbare doel. Want het kan altijd moeilijker in het turnen.
Doch juist het individuele aspect maakt het voor een trainer boeiend om de oefeningen aan de vier toestellen zodanig samen te stellen dat de lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de turnster optimaal worden ingezet voor het resultaat.

Positie van de coach/trainer
Voor de trainer betekent het dus dat hij voor alle turnsters oefeningen op maat moet maken, in overleg met de atlete. Want zij moet het doen, en zij moet er het goede gevoel bij hebben of krijgen.

Juist de diversiteit aan mogelijkheden en onmogelijkheden van de atlete levert een permanente zoektocht op naar de optimaal haalbare prestatie. Het overleg met de turnster is hierbij cruciaal. Haar prestatiedoel, haar motivatie, haar atletische mogelijkheden, haar omgaan met de angsten, etc, etc.

Als coach ben je slechts supporter, aanreiker van nieuwe varianten van trainingen, creator van optimale trainingsomstandigheden, motivator soms. In de ideale situatie wordt de coach uitgedaagd door de atlete. Haar wil is 'wet' en zij schildert in beginsel haar eigen horizon van dat moment.
En die horizon is eigenlijk oneindig......

In het volgende blog zal ik een transfer schilderen naar de praktijk van de werkomgeving. Dus tot dan.